Chiro Velzeke


:: Geschiedenis ::


[ Voorgeschiedenis ]

[ Huisvesting ]

<<<<<<<

 




Voorgeschiedenis

E.H. Michel Van Goethem, tot dan leraar aan het Sint-Antoniuscollege te Ronse en ‘zondagsonderpastoor’ te Opbrakel, werd augustus 1963 aangesteld als onderpastoor te Velzeke.
 Hij kreeg van pastoor Gerard Buysse als eerste, dringende, opdracht het oprichten van een jeugdbeweging voor jongens en meisjes, het in het leven roepen van een Bond voor Gepensioneerden en het herstellen van de ‘patronage’ “waar ze sinds den oorlog niet meer in geweest waren”?

Van Goethem stond voor een op het eerste zicht onmogelijke taak:”Er waren geen bewegingen. Er bestonden alleen een H. Hartenbond en een Eucharistische Kruistocht. Voor de rest was er niets.” En de ‘patronage’ verkeerde in een erbarmelijketoestand. Bovendien brandde de plaatselijke Christelijke arbeidersbeweging op een laag pitje, dit terwijl er vanuit sociale hoek “geweldig werd gewerkt” en vooruitgang geboekt.

Reeds in oktober ’63 start Van Goethem met een meisjes chiro. Hij weet een zestal meisjes van de Kruistocht enthousiast te maken voor zijn initiatief en begint hen op te leiden. Tot zijn verbazing komt de eerste negatieve reactie vanuit C.V.P.- en, meer bepaald A.C.V-hoek: een paar jongeren vinden het onverantwoord een chiro op te richten en pleiten voor een V.A.K.J. Maar de onderpastoor plooit niet en houdt voet bij stek. Gezien de specifieke Velzeekse situatie en de socialistische aanhang, vindt hij het volkomen onverantwoord dat de parochie zou opgedeeld worden in twee kampen. Hij wordt hierin trouwens gevolgd door pastoor Buysse: een chiro “die zich richtte tot om het even welk kind” was de enige mogelijkheid.

 Eens de opleiding van de meisjes voltooid – we schrijven februari 1964 – wordt met een eigenlijk meisjes chiro gestart. Langs het parochieblad en d.m.v. strooi briefjes wordt hieraan de nodige ruchtbaarheid gegeven en vanaf de eerste zondag blijkt de zaak een succes. De drie afdelingen tellen samen vrij snel een 90-tal leden die elke zondagnamiddag tussen 2 en 5 in de school van het Klooster aan de Penitentenlaan samenkomen. Godelieve Pede, groepsleidster en “de ziel en de motor van alles” werd bijgestaan door onder andere Annie Haegeman, Annie Rouckhout, Erna De Clerq en Magda Van Houcke.

Van een jongens afdeling wordt voorlopig afgezien. De onderpastoor vreesde een tekort aan leiders en wachtte af. Begin juli ’64 wordt hij door Marc Baele, die net zijn legerdienst had vervuld, gepolst naar de oprichting van een jongenschiro. Van Goethem zegt toe en samen met Raf De Loor, Eddy Van Den Bossche, en wat later Paul Lannau, wordt er van wal gestoken.

 Intussen werd er ook werk gemaakt van het herstellen van de ‘patronage’. Reeds in december ’63 werden er opfrissingswerken uitgevoerd en in de zomer van het jaar daarop was de ‘patronage’ volledig hersteld en geverfd.

In augustus 1964 organiseert de meisjeschiro haar eerste bonte-ring en een week later is het de beurt aan de amper 1 maand oude jongensafdeling, ondertussen uitgebreid met Paul Vermassen en Carlos Monté. Het wordt een geweldig succes waarbij vooral de act van de latere medici de show steelt: ze hadden zich als chirurg verkleed en ‘opereerden’ Raf De Loor met een instrumentarium bestaande uit een zaag, een beitel, een hamer, … Hun conversatie verliep in “gewoon Vlaams met een Latijnse uitgang” wat voor de nodige hilariteit zorde. De jongens afdeling die tot dan toe in de ‘patronage’ was gelogeerd, palmt na de bonte-ring de oude pastorie in. Deze bleef jarenlang haar vaste stek.

 Spelen deed men op de koer van de school aan de lindestraat. Aanvankelijk kon men ook terecht in de jongenschool aan de Paddestraat, maar wanneer kwajongens de klassen binnendringden en allerlei schunnigheden op het bord schrijven, krijgt de chiro de schuld en wordt hen door de lokale overheid de toegang tot de gemeenteschool ontzegd.

De chiro was intussen een vaste waarde geworden te Velzeke en buiten alle verwachtingen was er vrijwel geen openlijke tegenkanting. Bij de oprichting van de meisjeschrio werden er weliswaar door de socialisten ook pogingen ondernomen om spelnamiddagen te organiseren, maar een en ander werd vrij vlug  met stille trom afgevoerd. “Er waren bij de chiro zoveel mensen betrokken dat het zuildoorbrekend werkte en er bij de doorsnee-parochiaan een gevoel van eenheid was gegroeid.” Dit bracht met zich mee dat, “zo de socialistische leiders er al tegen waren, ze het niet konden laten blijken zonder hun gezicht te schenden.” “De chiro was a-politiek en a-syndicaal en ik denk dat er meer door bepaalde jongeren van A.C.V_strekking met lede ogen werd gekeken naar het succes van de chiro.”

 Eind augustus 1965 ging de chiro op bivak naar Sint-Lievens Esse. Het jaar daarop logeerden de jongens te Opbrakel en de meisjes te Denderwindeke. Een derde bivak maakte onderpastoor Van Goethem niet meer mee, want in februari 1967 wordt hij onderpastoor benoemd te Denderhoutem.


Huisvesting

In '64 werden de jongens opgevangen in de 'patronage', maar reeds in augustus '64 vinden ze hun vaste stek in de tijdelijk leegstaande oude pastorie aan de Lippenhovestraat.

Nog onder Michel Goethem werd het kopgebouw van 't Koerken, eigendom van brouwer Gerard Droesbeque, door de chiro gehuurd. Het werd opgekalefaterd, kreeg de naam ''t Prachtkot' opgekleefd en bleef tot omstreeks 1970 een chirothuis voor (een deel) van de meisjes.

In 1968 met pastoor Albert Staels als bezielende kracht, werd de vroegere woning aanleunend tegen de 'patronage' door Georges Pitaels, Germain Verheyen, Michel De Loor en nog een paar vrijwilligers omgetoverd tot een leidingslokaal., "'t Karewiel" genoemd naar de met een karrewiel inelkaar geknutselde kroonluchter die in het lokaal werd aangebracht. Aanvankelijk werd alleen de benedenverdieping gebruikt, later knapte men ook de eerste verdieping op.

 

1970 was voor de chirohuisvesting een belangerijk jaar. De 'oude pastorie' zou in de zeer nabije toekomst opnieuw haar oorspronkelijke functie krijgen en het zag er naar uit dat de jongensafdeling zonder lokalen zou komen te zitten. Onder impuls van pastoor Albert Staels en onderpastoor Herman Van Hiel werd echter een definitieve oplossing uitgedokterd. Op grond van de v.z.w. Parochiale Werken zou een parochiaal Centrum gebouwd worden, bestemd voor "vergadering van katholieke jeugdbewegingen en de verenigingen van volwassenen, voor kleedkamers van sportverenigingen (basketbalploeg PATRO) en voor het huisvesten van de parochiale openbare bibliotheek Sint Martinus". Het complex, naar een ontwerp van WIllie Dierckx; werd opgetrokken door een 60-tal "onbaatzuchtige parocheanen van Velzeke-Ruddershove, vaklieden van alle disciplines, die elke zaterdag pro Deo hun steentje bijbrachten." Voor de financiering van de onderneming werden talrijke manifestaties op touw gezet, o.a. de memorabele "zomerfeesten". Met de bouw werd gestart op kermiszaterdag in junie 1970 en reeds op 3 april '71 kon de voltooiing van de ruwbouw worden gevierd. Het parochiaal Centrum was volledig afgewerkt op Pasen 1972.

Nu de bibliotheek van de 'patronage' naar het parochiaal centrum was overgebracht en het Centrum ook als zaal kon worden gebruikt, kwam de 'patronage' vrij. Het podium werd afgebroken, de zware balken werden afgezaagd tot ribben en herbruikt. De zaal werd ingedeeld tot drie lokalen, een bergruimte en een inkomhal, dit door het aanbrengen van houten wanden. Deze werken werden uitgevoerd door chiro-ouders en leiders. Eind '73 verlieten de jongen de 'oude pastorie', na "de pastorie en de omgeving eens flink opgekuist te hebben", en namen hun intrek in de 'patronage.'

Sindsdien vonden aan de 'patronage' nog een aantal grotere werken plaats. In november '77 werd het berglokaal omgevormd tot vergaderruimte; hiertoe werd een venster voorzien. In de loop van '86 werden de plafonds van de vroegere zaal verlaagd, eerst in het speelclub en toppers lokaal, later in het rakkerslokaal. Vanaf 1980 komt de slechte staat van het dak -het regende binnen - geregeld ter sprake. De toestand was zo erbarmelijk dat groepsleider Jo Dedeurwerder in '86 de mogelijkheid onderzoekt om de lokalen van de wijkschool Blarenhoek, een rijkskleuterschool die reeds jaren leegstaat, te mogen gebruiken. De oplossing komt in de zomer van 1987 wanneer, onder leiding van Luc Van Crombrugge, de onderste dakhelft van de 'patronage' en de dakgoot worden vernieuwd. In '88 worden er nieuwe buitendeuren en ramen geplaatst.